Houten blokken. Eén Koning. Een hele zomer pure rivaliteit in de tuin. Wie blijft er recht?
Kubb — uitgesproken /cʌ.b/ — is een eeuwenoud Zweeds gazonspel, ook wel Vikingschaak genoemd. Twee partijen proberen elkaars houten blokken om te gooien met werpstokken. Wie alle blokken van de tegenstander velt mag richten op het ultieme doelwit: de Koning.
Alles wat je moet weten om mee te spelen — zonder advocaten erbij te halen. Hieronder zie je een potje in vogelvlucht.
10 Kubbs (houten blokken), 1 Koning en 6 werpstokken. Geen elektronica, geen geluiden — alleen hout en zwaartekracht.
Acht meter lang, vier meter breed. Twee kampen. Vijf kubbs op elke achterlijn. De Koning, statig, in het midden.
Onderhands. Verticaal draaien, geen helikopters, geen schuine worpen. Wie anders gooit, gooit opnieuw.
Eerst basislijn-kubbs van de tegenstander omleggen. Wat je raakt wordt teruggegooid op zijn helft — die veld-kubbs moet je eerst opruimen vóór je de achterlijn mag aanvallen.
Heb je alle kubbs van de tegenstander gevloerd? Dan, en alleen dan, mag je richten op de Koning. Hem omgooien betekent de wedstrijd winnen.
Gooi je de Koning vóór alle gewone kubbs gevloerd zijn? Je verliest onmiddellijk. Mik dus zorgvuldig — de Koning is heilig tot het laatste moment.
Eén kubb omgegooid? Gooi hem terug naar de helft van je tegenstander. Die veld-kubb moet daar eerst weer omgelegd worden vóór je aan zijn basislijn-kubbs mag beginnen. Eens een veld-kubb effectief omligt, verdwijnt hij uit het spel.
Twee kubbs omgegooid? Dan gooi je ze allebei terug. Raak je met je tweede worp de eerste teruggegooide kubb, dan mogen ze op elkaar gestapeld worden — een torentje.
Mis bij het teruggooien? Gooi je te kort of te ver — buiten de helft van je tegenstander — dan mag je tegenstander zelf bepalen waar die kubb komt te staan.
Eén keer verliezen mag. Twee keer en je bent uit. Iedereen krijgt een tweede kans — en een echte comeback is dus altijd mogelijk.
Bij sluiting van de inschrijvingen worden alle spelers willekeurig geloot. Je krijgt een eerste tegenstander, je speelt één wedstrijd. Win je → je blijft in het winnaarsschema.
Verliezen is niet het einde. Je zakt naar het verliezersschema, waar nog steeds een weg naar de finale loopt. Iedereen die ooit een wedstrijd verloor zit daar — dus je bent in goed gezelschap.
Verlies je ook daar, dan ben je effectief uit het toernooi. Maar je mag wel blijven kijken, supporteren, en "ik had bijna gewonnen" roepen vanaf de zijlijn.
Winnaar van het winnaarsschema tegen winnaar van het verliezersschema. Als die laatste wint, volgt er een tweede finale — want hij had nog geen verlies, hij wel.
PS — Geen mooie 32 of 64? Geen zorg. Een dubbele eliminatie werkt het netst bij een macht van twee (16, 32, 64). Hebben we een ander aantal? Dan ronden we het speelschema af naar de eerstvolgende grootte en krijgen sommige spelers willekeurig een bye — een vrije ronde 1. Geen voordeel, geen straf, gewoon één matchje minder onderweg.